x

Solanum tuberosum
nachtschadefamilie: solanaceae

Tweejarig gewas dat hier eenjarige wordt verbouwd. Lichtbehaarde bladeren zijn vorstgevoelig. Oorsprong Zuid-Amerika vanuit 1 plant (=autoploïde) uit zuid-Peru. Vandaar verder veredeld. Wereldwijd ongeveer 4000 aardappelrassen waarvan er een 200-tal lokaal geteeld. Zetmeel wordt bewaard in knollen gevormd aan ondergrondse stengels (stolonen). In veel landen basisvoedingsmiddel, belangrijke bron van koolhydraten. Knollen kunnen giftig zijn door hoog gehalte aan solanine. Bij blootstelling aan licht stijgt het gehalte aan solanine. 2 types zetmeel aanwezig: amylose en amylopectine, waarvan ongeveer 21% amylose. In 2005 voor het eerst een ras in de handel met bijna 100% amylopectine. Hoog gehalte aan vitamine C. Groene delen zijn giftig, net als bij andere leden nachtschadefamilie (alkaloïden). Bloemen lijken op die van tomaat, paprika en aubergine. Schil varieert van glad tot ruw en kan allerlei kleurtinten hebben. Elke knol heeft meerdere knopaanzetten (ogen), waaruit nieuwe plant ontwikkelt. Bepaalde rassen niet geschikt voor menselijke consumptie. Vorming giftige bessen van verschillende grootte.
Soorten
Dominante soort is Solanum tuberosum (een tetraploïd met 48 chromosomen). Andere soorten, vooral in Zuid-Amerika geteeld:
- 4 diploïde soorten (24 chromosomen): S. stenotomum, S. phureja, S. goniocalyx en S. ajanhuiri
- 2 triploïde soorten (36 chromosomen): S. chaucha en S. juzepczukii
- 1 pentaploïde soort (60 chromosomen): S. curtilobum
Teelt
Natte gronden te mijden. Lichte gronden lenen zich goed voor primeurteelten, terwijl zwaardere gronden beter bewaaraardappelen opleveren. Ze laten goede grond na voor volggewassen. Goed pioniersgewas: grond verwerft luchtige structuur en wordt, indien regelmatig aangeaard, relatief vrij van onkruidzaden. Om groen en stevig loof te bekomen en om aardappelziekte te vermijden is een plaats in de volle zon, met voldoende luchtbeweging nodig. Wenst lage pH: 5-6 is voldoende. Voedselrijke grond aangewezen. Matig stikstof: loof groeit weelderig, maar beperkte groei knollen en verhoging kans op aardappelziekte. Kalium is belangrijk voor waterhuishouding (glazigheid) en bewaarbaarheid knol. (45 g/m² patentkali).
Pootgoed van 28-35 mm is meest gebruikelijk. Kleinere maten geven grotere, maar minder knollen. Grotere maten worden verder uiteen geplant om voldoende grote knollen te bekomen. Voor vroege teelten is een grote maat interessant omdat deze meer reservestoffen ter beschikking hebben om van een vorstperiode te herstellen.
Voorkiemen bij de vroege teelt om een voorsprong op te bouwen. Een drietal weken voor het planten wordt het pootgoed opengelegd in bakjes in een plaats met veel licht, bij een temperatuur van +10°C. Dit om de ogen te doen uitlopen en scheuten te vormen die kort en stevig zijn. Om de kieming sneller en gelijkmatiger te laten verlopen kan u het pootgoed bij 18°C en bij veel licht plaatsen. Doe dit alleen als het pootgoed nog geen uitgelopen ogen heeft. Als de ogen uitgelopen zijn worden ze afgehard, door ze terug bij een temperatuur van 6-10°C te plaatsen. Dit kan ook buiten, op een droge plaats. Bij nachtvorst terug binnen zetten.
Planten gebeurt in rijen, vroege aardappelen dichter dan late. Een ruime rijafstand is makkelijk bij het aanaarden. Maak putjes die op zware grond 5 cm en op lichte gronden 10 cm diep zijn. De putjes nadien vullen met grond zonder aan te drukken. Bij pottenteelt best inhoud van 12 tot 15 liter per plant. 15 cm vrije ruimte overlaten 5 cm diep planten. Vul twee keer bij met aarde, telkens de plant voldoende gegroeid is.
Voor een normale teelt worden in april de pootaardappelen gepoot en met een klein beetje grond bedekt. Groei eventueel vervroegen door afdekking met gaatjesplastiek of door te planten in een koude kas of plastiektunnel. De plastiek wordt verwijderd als de eerste keer aangeaard wordt. Enkel lichte gronden komen hiervoor in aanmerking. Ook teelt in zakken potten, containers of torens. In de loop van het groeiseizoen wordt enkele keren aangeaard. Hierdoor blijven de wortels steeds goed bedekt met grond, om groene knollen te vermijden. De eerste maal aanaarden als plant 10 cm hoog zijn, een tweede keer als ze 20 cm hoog zijn. Uiteindelijk ruggen van 20 cm hoog zijn.

Aardappelen uit gangbare teelt waarbij minder gebruik bestrijdingsmiddelen zijn onder meer Corine, Doré, Escort, Alpha, Van Gogh en Santé.
Vroeg
Minst vatbaar voor aardappelplaag:
- Première: kan zeer vroeg geoogst worden, bloemige aardappel met gele gladde schil en lichtgeel vruchtvlees.
- Prior: vastkokend, geschikt voor kleigrond.
- Fresco: vastkokend, lang bewaarbaar.
Halfvroeg
- Santé: bijzonder tolerant tegen aardappelplaag, aangeraden voor biologische teelt, bloemig met lichtgeel vruchtvlees. Goede bewaaraardappel.
Middenlaat en laat
‘Agria’, ‘Nicola’, ‘Charlotte’ zijn gekende, vrij tolerante soorten tegen aardappelplaag.
Bijzonder resistent zijn : ‘Ditta’, ‘Remarka’ , ‘Disco’, ‘Surprise’, ‘Allure’, ‘Aziza’ en ‘Texla’ , deze laatste heeft eigenlijk nooit last van aardappelplaag.
Rooien en bewaring
Vroege aardappelen kunnen naar behoefte geoogst worden, zonder dat het loof al afgestorven is. De rest van de vroege aardappelen worden geoogst als het loof gaat afsterven. Aardappelen om te bewaren worden pas geoogst als het loof afgestorven is. De aardappel is dan afgerijpt en bewaart langer. Rooien best bij zonnig weer, zodat de aardappelen kunnen opdrogen. Niet langer dan 1 dag drogen, anders worden ze groen. De laatste aardappelen worden in de eerste helft van oktober gerooid.
Voor het rooien wordt het gewas verwijderd. Zodoende vormen de knollen een steviger schil, waardoor ze minder beschadigd worden. Afhankelijk van ras wordt er vroeg, middelvroeg of laat geoogst. Stootblauw ontstaat door beschadiging tijdens of na het rooien. Bij lage temperatuur neemt de gevoeligheid toe. Onder de schil ontstaan blauwe plekken, die veel schilverlies geven, doordat in kapotte cellen het aminozuur tyrosine en fenolen worden omgezet in het bruingrijze of blauwzwarte melanine. Criteria bij de rassenkeuze zijn dikwijls de vroegheid, de vastheid bij het koken en de tolerantie tegen aardappelplaag.
Bewaren tot nieuwjaar lukt vrij goed. Regelmatig controleren op aanwezigheid rotte knollen. Daarna zal de aardappel proberen nieuwe scheuten te vormen en kunnen de knollen een gerimpeld uiterlijk krijgen. Bij halfvroege rassen gebeurt dit vroeger. Bewaren in half open bakken, met voldoende verluchting en in lagen niet dikker dan 50 cm. Ideale bewaartemperatuur is minmum 4°C tot maximum 8°C. Buiten in een aardappelhoop kan ook, op een droge, beschaduwde plaats. Afdekken met stro en wat grond. Bij vriestemperaturen dikke laag stro en 25 cm grond bovenop. Regelmatig luchten om vocht en te hoge temperatuur te vermijden. Natuurlijke kiemremmer is S-carvon (aanwezig in dille- en karwijzaadolie). Alternatief is witte scheuten regelmatig te verwijderen.


aardappelen niet in grond maar stro of papiersnippers???
toren met kippengaas


Rassen
Accent


Adora


Agata


Agria


Ajiba


Aladin


Allure


Almera
Alpha


Amora


Amorosa


Amyla


Annabelle


Arcade


Ariëlle


Arinda
Armada


Arnova


Arrow


Asterix


Aurora


Avarna


Aveka


Baraka
Barna


Bartina


Belle de Fontenay


Bellini


Berber


Bildtstar


Binella


Bintje
Caesar


Carlita


Carrera


Charlotte


Cleopatra


Collina


Courage


Cornes de Gâtes
Desire


Ditta


Donald


Doré


Draga


Eersteling


Eigenheimer


El Paso
Estima


Fabula


Felsina


Festien


Folva


Fontane


Fresco


Frieslander
Frisia Gourmandine


Hansa


Hermes


Heros


Impala


Inovator


Inova


Institut de Beauvais
Irene


Jaerla


Junior


Kennebec


Kondor


Kuras


Kuroda


Lady Christle
Lady Claire


Lady Olympia


Lady Rosetta


Latona


Liseta


Madeleine


Malta


Maranca
Marfona


Margarita


Maritiema


Markies


Marlen


Matador


Melody


Minerva
Miranda


Monalisa


Mondial


Mozart


Murato


Nicola


Ostara


Opperdoezer
Parel


Picasso


Platte van Florenville


Premiere


Primura


Provento


Ramos


Ratte
Red baron


Red Scarlett


Reine des Sables


Remarka


Resonant


Rode Eersteling


Rode Pipo


Riviera
Rodeo


Roko


Romano


Russet


Burbank


Rosa


Roseval


Saline
Santana


Santé


Saturna


Seresta


Sinora


Spunta


Starga


Timate
Triplo


Turbo


Utra


Victoria


Virgo


Vivaldi


Vitelotte noir


Voyager
Aardappelen uit de gangbare teelt waarbij minder milieubestrijdingsmiddelen worden gebruikt, zijn onder meer Corine, Doré, Escort, Alpha, Van Gogh en Santé.

Ziekten en plagen
SCHIMMELS




BACTERIËN




INSECTEN




NEMATODEN




VIRUSSEN EN VIROÏDEN
aardappelziekte
(phytophthora)




stengelnatrot




bladluis




aardappelmoeheid
(aardappelcystenaaltje)




bladrolvirus
alternaria fusarium
(droogrot)




zwartbenigheid




Coloradokever




wortelknobbelaaltjes




X-virus
lakschurft




bruinrot














Y-virus aardappel
netschurft
(Streptomyces spp.)



















S-virus
zilverschurft



















aardappelspindelknolviroïde
(PSTVd)
Rhizoctonia-ziekte




















verwelkingsziekte




















wratziekte